De Mandalasschool - boeddhisme


Boeddhisme

Let op: opent in een nieuw venster PDFAfdrukkenE-mailadres

De Mandalaschool baseert zich in het onderwijs op het boeddhisme. Dat betekent, dat betrokkenen en werkers in de school zich laten inspireren door het boeddhisme. En alhoewel ook het boeddhisme stromingen kent, gaat het ons niet om de verschillen maar om de grote overeenkomsten in de opvattingen.

"Zoals de Boeddha in zijn eerste lering zei, is de wortel van al ons lijden onwetendheid. Onwetendheid lijkt eindeloos, totdat we onszelf ervan bevrijden, en zelfs als we ons op het spirituele pad begeven hebben, wordt onze zoektocht erdoor versluierd.”(Uit: Het Tibetaanse Boek van Leven en Sterven, Sogyal Rinpoche)

Het lijden dat mensen ervaren, kleurt het bestaan. We kunnen ons ervan bevrijden als we aan het werk gaan. Aan de slag gaan met onszelf: het trainen van de geest. Net als wijzelf gelukkig willen worden en het lijden willen overwinnen, zo willen ook alle andere mensen, alle voelende wezens, gelukkig zijn. De grootste vreugde beleven mensen in het zorgen voor anderen. Niet alleen brengt die zorg voor anderen geluk, het vermindert ook de ervaring van lijden.

Over boeddhisme

Boeddhisme is eigenlijk iets wat je moet doen. Alleen door praktische ervaring kan je ware kennis van het boeddhisme opdoen. Deze praktische ervaring wordt ook wel beoefening genoemd. Wat er precies wordt beoefend is vaak afhankelijk van de boeddhistische stroming waartoe je behoort.

Aanvankelijk was boeddhisme één van de vele levensbeschouwingen in India. Ongeveer 200 jaar na de Boeddha, bekeerde de Indische koning Ashoka, zich tot het boeddhisme. Hij bevorderde de omstandigheden waardoor boeddhisme zich kon ontwikkelen tot de leidende levensbeschouwing van India en zich van daaruit kon verspreiden over heel Zuidoost-Azië en het oostelijk bekken van de Middellandse Zee. Daarbij nam het boeddhisme vormen aan die pasten bij de bestaande cultuur van die landen. Dit leidde er toe dat in de diverse landstreken vaak andere inzichten in de werkelijkheid, namelijk die welke pasten bij de oorspronkelijke cultuur van die landen een groter accent kregen. Een voorbeeld hiervan is dat in het Indische boeddhisme reïncarnatie een heel belangrijk element is, terwijl dit in het Chinese en Japanse boeddhisme niet voorkomt.

In het boeddhisme worden meestal drie hoofdstromingen onderscheiden:

1. Het Theravada (de wijsheid van de ouderen) dat vooral gebaseerd is op het publieke onderricht van de Boeddha, zoals dat enige honderden jaren na hem is vastgelegd in de zgn. Palicanon, genoemd naar de taal waarin deze vastlegging heeft plaatsgevonden. Hierin ligt het accent vooral op het hebben van een vreedzaam bestaan, zowel naar jezelf als naar anderen.

2. Het Mahayana (grote voertuig) dat zich tevens baseert op onderricht dat de Boeddha aan mensen heeft gegeven die reeds een verder inzicht in de aard van de werkelijkheid hadden verworven en dat door grote beoefenaren en geleerden verder is ontwikkeld. Hierin ligt het accent vooral op het ontwikkelen van een altruïstische levenshouding.

3. Het Vajrayana (diamanten voertuig), waarin het accent vooral ligt op de directe realisatie van de echte werkelijkheid.

Het Theravada had vooral als verspreidingsgebied Zuidoost-Azië en Sri Lanka, het Mahayana het Chinese en Japanse cultuurgebied en het Vajrayana het Tibetaanse cultuurgebied.


© 2005-2010 Mandalaschool Amsterdam
04-09-2010 21:30:17